
Algemene Kinderbijslagwet
Artikel 25
1
Indien over een tijdvak, waarover krachtens de Wet studiefinanciering 2000 aan een kind studiefinanciering is verleend, naderhand ten behoeve van dat kind recht op kinderbijslag wordt vastgesteld, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd die kinderbijslag over dat tijdvak en over latere tijdvakken, in plaats van aan degene aan wie de kinderbijslag zou dienen te worden betaald, zonder diens machtiging tot het bedrag van de betaalde studiefinanciering over dat tijdvak te betalen aan de Informatie Beheer Groep.
2
Van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan de Sociale verzekeringsbank gebruik maken tot en met twee kalenderjaren na de vaststelling van het recht op kinderbijslag.
3
Hetgeen in het eerste en het tweede lid is bepaald ten aanzien van studiefinanciering, verleend krachtens de Wet studiefinanciering 2000, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten, verleend krachtens hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
4
De Sociale verzekeringsbank kan aan een verzekerde ten onrechte betaalde kinderbijslag verrekenen met een tegemoetkoming waarop een verzekerde ten behoeve van hetzelfde kind op grond van artikel 3, eerste lid, juncto artikel 9, van de Kaderwet SZW-subsidies en de daarop berustende bepalingen, aanspraak maakt.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.